Help de bij met jouw tuin

Jouw tuin kan een deel van de oplossing zijn

Bijen zijn essentieel voor het leven op aarde, zij zijn de vliegende bestuivers van onze boomgaarden, akkers en weilanden, zij zorgen ervoor dat de aarde vrucht draagt. Helaas gaat het met onze wilde bijen bergafwaarts, onder andere door ziekte en afname van natuurlijke leefgebieden. Dat dit ernstig is, is helder, maar wat kan jij hieraan doen zou je denken. Jouw tuin kan een deel van de oplossing zijn, richt deze in als bijenparadijs en help de bij aan nectar en nestgelegenheid.

help de bij met jou tuin

Bijen en hommels bezoeken onze tuinen regelmatig en zorgen zo voor bestuiving en leven in de tuin. Er zijn drie grote groepen bijen te onderscheiden; de solitaire bijen, hommels en de honingbijen. Lees snel verder en ontdek hoe jij deze bijen kunt helpen met de inrichting van jouw tuin.

Solitaire bijen

Het merendeel van de ruim 250 Nederlandse bijensoorten leeft solitair. Deze solitaire bijen zoeken elkaar alleen op om te paren, waarna het vrouwtje op zoek gaat naar een geschikte plek voor haar nest. Solitaire bijen zijn slechts enkele maanden actief op een jaar en leven kort, hun hele leven is ingesteld op het zorgen voor nageslacht. De natuurlijke biotoop van bijen is niet alleen warm en zonnig maar vooral ook bloemrijk, zoals een gebied met hooiland, hagen en boomgaarden. Onze tuinen kunnen dus prima worden aangemerkt als biotoop wanneer wij zorgen voor voldoende drachtplanten en nestelmogelijkheden. Drachtplanten zijn die planten welke stuifmeel en nectar leveren aan de bij, kortom hun voedsel. Iedere groep bijen heeft zo zijn eigen specifieke drachtplanten en nestelplaatsen. Voor de lijst met topplanten voor bijen en hommels per seizoen, klik hier.

Solitaire bijen verzamelen vooral stuifmeel, de nectar wordt bijna alleen gebruikt voor de eigen energievoorziening. Hierdoor zijn solitaire bijen veel betere bestuivers dan honingbijen, zij wenden stuifmeel aan als belangrijkste voedselbron voor hun nakomelingen en moeten dit in korte tijd efficiënt verzamelen. Zij bestuiven zo veel bloemen door hun intensieve stuifmeeltransport. Om meer te weten te komen over solitaire bijen heb ik drie grote groepen nader toegelicht, zodat jij jou tuin kunt inrichten naar de wensen van deze bijen:

Drie grote groepen solitaire bijen en hun wensen

  1. Korttongige bijen hebben een korte tong, daarom kunnen zij alleen voedsel halen bij bloemen waarvan nectar en stuifmeel goed toegankelijk zijn. Dit zijn onder andere de zijdebijen, onbehaarde maskerbijen en de klimopbij. Populaire planten voor korttongige bijen zijn onder andere: braam, hemelsleutel en margriet.
  2. Graafbijen hebben een langere tong, hierdoor kunnen zij dieper in de bloem nectar en stuifmeel opnemen. Graafbijen zijn belangrijke bestuivers van onder meer fruitbomen, paardebloem, klaver en katwilg. Tot de graafbijen horen onder meer de zandbijen en groefbijen. De meeste graafbijen graven hun nest in zachte zandgrond.
  3. Metsel- en behangersbijen hebben een lange tong en kunnen hiermee nectar uit buisbloemen halen. Favoriete drachtplanten van deze bijen zijn komkommerkruid en ooievaarsbek. Metselbijen bouwen hun nest vaak in kevergaten in hout of zij graven hun nest uit in zachte specie. Behangersbijen nestelen ook in oude kevergaten en in afgestorven plantenstengels, deze gangen bekleden zij met stukjes blad om zo cellen te kunnen maken.

Zelf nestelplekken maken voor solitaire bijen

De meeste soorten solitaire bijen maken hun nest door een gangetje in de grond te graven, dit doet zo’n 70% van de solitaire bijen. Maar één derde van de solitaire bijen maakt gebruik van bestaande holtes, zoals stengels of holtes in hout. Voor het overgrote deel van de solitaire bijen bieden bijenhotels dus geen totaaloplossing als nestgelegenheid. Daarom is het goed om verschillende soorten nestelplekken te maken, zodat meerdere soorten solitaire bijen hier baat bij hebben.

  1. Neem een stuk onbehandeld hout, bijvoorbeeld een houten schijf, balkje of stam en boor hier allerlei gaten in van diverse diameters, tot ongeveer 8mm. Boor de gaatjes niet allemaal even diep en creëer zo een divers nest. Aandachtspunt bij het boren, doe dit een beetje schuin zodat de gangen niet vol water kunnen lopen. Hang vervolgens jou bijenhotel op een zonnige plek in de tuin.
  2. Verzamel allerlei holle stengels van bijvoorbeeld bamboe, berenklauw of pampasgras en steek deze in een bloempot. Let ook hier op dat de stengels naar beneden wijzen in verband met wateroverlast.
  3. Metsel op een zonnige plek met droge specie een muurtje van baksteen of keien, dit vormt een perfecte nestelplek voor metselbijen.
  4. Maak een lage wal van losse zandgrond tegen een muurtje in de zon, dit vormt een ideale nestelplek voor onder andere graafbijen.
  5. Uiteraard kun je deze vier opties ook samenvoegen en één groot bijenhotel maken, bijvoorbeeld als bank of tuinmuurtje. Zo krijgen de bijen een vaste zonnige plek in de tuin en is deze ook nog eens functioneel als afscheiding of zitelement.

Je kunt zien of een bij gebruik heeft gemaakt van jou hotel wanneer er bijvoorbeeld een gaatje is dichtgemetseld. Door zowel in nestgelegenheid als in drachtplanten te voorzien geef je de solitaire bijen een grotere kans om te overleven, jouw tuin als hulp voor de bij.

Hommels

In Nederland komen bijna 30 hommelsoorten voor, een klein deel hiervan bezoekt regelmatig onze tuinen. Bloemrijke hooilanden vormen de basisbiotoop voor hommels, maar ook bloemenborders worden regelmatig bezocht. Hommels zijn sociale insecten die leven in kolonies, welke volken worden genoemd. Hommels leven in kleine volken van tientallen tot een paar honderd, afhankelijk van de soort. Het nest van de hommel is goed verstopt, zij nestelen van nature in muizenhollen, pollen gras, houthopen of aan de voet van een struik. Je kunt uiteraard zelf een nestgelegenheid maken voor hommels, maar of dit nest bezocht wordt blijft afwachten, hommels zijn zeer kieskeurig. Meer effect heeft het om ervoor te zorgen dat er voldoende drachtplanten in jou tuin aanwezig zijn.

Favoriete drachtplanten van de hommel zijn twee-jarig of meerjarige planten. Deze krijgen doorgaans grotere bloemen dan eenjarige en bevatten ook meer stuifmeel en nectar. Hommels eten naast stuifmeel en nectar ook een klein beetje honing welke zij zelf aanmaken. Omdat hommels geen grote honingvoorraad aanleggen zoals de honingbij moeten zij van het vroege voorjaar tot laat in de zomer stuifmeel en nectar verzamelen. Dit betekent dat de drachtplanten van de hommel verspreid in bloei moeten staan, van vroeg voorjaar tot laat in de zomer. Van krokus tot Ooievaarsbek.

Honingbijen

Honingbijen leven in grote volken, tot wel 60.000 bijen in een enkele kolonie. Een volk bestaat uit één koningin (vrouwelijk en vruchtbaar), wat darren (de mannelijke honingbijen) en een overgrote meerderheid aan werksters (vrouwelijk maar onvruchtbaar). De werksters vliegen af en aan met voedsel en houden zich hun hele leven bezig met de verzorging van het nest en de larven. Een bijenvolk moet over een enorm leefgebied beschikken om zoveel bijen te kunnen onderhouden, de honingbij vliegt hierbij soms wel 12 kilometer op zoek naar voedsel. Hun leefgebied kan tot wel 20.000 hectare groot zijn, een uitgestrekt gebied dus. In het wild bouwen honingbijen hun grote nest vaak in een holle boom, het nest bestaat uit hangende wasplaten. Onder ander door het gebrek aan nestplaatsen komt de inheemse zwarte honingbij helaas in Nederland niet of nauwelijks meer in het wild voor. De honingbijen zoals wij die nu kennen zijn ‘gedomesticeerd’ en nestelen in kunstmatige bijenkasten. De honingbij is de enige bijensoort die voldoende honing produceert om deze te kunnen oogsten, een volwaardig volk kan wel 30 kg. honing produceren. Naast honing kan ook de bijenwas gebruikt worden, evenals het door bijen geproduceerde propolis en de koninginnengelei.

Wil jij zelf honingbijen gaan houden, sluit je dan aan bij een lokale imkervereniging en leer de fijne kneepjes van dit dankbare vak. Heb je geen ambities om imker te worden, maar wil je wel graag de honingbijen van dienst zijn met jouw tuin, zorg dan voor de juiste drachtplanten en geef ze voedsel in overvloed.